Elk weekeinde staat er een duurloop op de planning. Kilometers maken voor de conditie.

Deze zondag was een beetje een test. Na (weer) een verkoudheid ging het nu zeker niet om de snelheid. Nee, het ging om de duur en mijn hartslag. Ik wilde 18km lopen met een hartslag zo tussen 130 en 140. Daarmee zou ik mijzelf niet uitputten. Ik heb een rondje uitgestippeld met zo min mogelijk wind tegen op het laatste stuk. Met windkracht 4 à 5 is dat wel lekker. Onderweg luister ik muziek. Hoewel, in natuurgebieden haal ik de oortjes er vaak uit. Vogels zijn mooier dan muziek. 

Om mijn hartslag laag te houden, loop ik bere traag. Zo traag, dat ik er zelfs heel moe van wordt. De tegenwind halverwege helpt ook niet mee. Gelukkig ging het laatste stuk wat vlotter met de wind in de rug. Uiteindelijk loop ik 2 uur en 20 minuten, ruim 19,5 km. Niet slecht vind ik zo. Tijd voor herstel met een sapje en een heerlijk bord zelfgemaakte pompoenrisotto. Dat heb ik wel verdiend vind ik zo...