We gaan het over eten hebben. In de provincie Yunnan eten ze pittig. Heel pittig. De eerste avond hebben we dat aan den lijve ondervonden. Met knalrode hoofden hebben we het restaurant verlaten. En het was al zo warm.

Snel een plaatje van een hete peper met een kruis erdoor van internet gedownload. Die laten we de volgende keer zien. De menukaarten zijn in het Chinees. Soms met plaatjes, vaak niet. Das best lastig. De vertaalapps bieden soms uitkomst, maar geven culturele gewoonten niet weer. Nee, het wordt pas echt leuk als je in kleine restaurantjes gaat eten waar ze eigenlijk nooit toeristen zien (Europeanen zijn we hier nog niet tegengekomen). Men is blij, spreekt verwoed Chinees met ons en wij begrijpen er niks van. Het concept dat wij ook geen Chinese karakters kunnen lezen, dringt ook niet altijd door. Als wij het niet begrijpen, krijgen we een briefje met leuke tekentjes. Tja. Zo ook vandaag. Ontbijt was niet veel, dus om 10 uur kregen we honger. In een dorpje stoppen we bij een tentje. 5 meiden hebben een hele conversatie met ons, maar wij snappen er niks van. Mijn reisgenote wordt meegenomen naar iemand die misschien kan helpen. Na een 10 minuten wordt ons duidelijk, dat zij niets serveren, maar dat we een stukje terug moeten fietsen. Bye, bye, we worden door iedereen uitgezwaaid. 200m terug staat een mevrouw aan de straat al te zwaaien. Aha, men heeft even gebeld, dat wij honger hebben. Allervriendelijkst worden we verwelkomd, in het Chinees. We krijgen een grote pot thee en begrijpen ondertussen, dat wij onze eigen voedingsmiddelen mogen aanwijzen. In dit soort restaurantjes zijn geen menukaarten, alleen vitrines met verse ingrediënten. Dan maken zij er wel wat van. Courgettebloemen in gebakken ei, komkommer-tomaatprutje en gefrituurde visjes uit het meer. Met rijst... en lekker dat het is. Het halve dorp komt nog even kijken, de dames van verderop ook. Het is een groot feest. Dit maakt onze reis toch wel echt bijzonder.